Zakelijk bloggen: Alle blog-angsten op een rijtje, plus therapie


Zakelijk bloggen angsten“Ik ben altijd bang als ik mijn mening online zet dat er mensen op in gaan hakken.” Het valt me altijd op bij mijn workshops: het zijn vooral angsten die mensen ervan weerhouden om hun kennis online te delen. Zonde, want deze kennis en persoonlijkheid werken als een magneet op (nieuwe) klanten, die tegenwoordig zelf precies weten wat ze willen en dat bij Google zoeken. En die dus niet langer op jouw ‘cold call’ of advertentie zitten te wachten. Veel mensen hangen echter in een ‘commercieel niemandsland’ merk ik, ze benaderen klanten niet meer actief (‘outbound’), maar delen ook hun kennis en persoonlijkheid niet online (‘inbound’) om klanten aan te trekken die bij Google aan het zoeken zijn of op social media aan het snuffelen. Natuurlijk hebben niet alle mensen de vaardigheden die nodig zijn om te schrijven, maar het valt me op dat het vooral angsten zijn die ze tegenhoudt. Ik neem ze even door.

Ik behandel in dit artikel één van de items uit mijn Workshop Zakelijk Bloggen

De angst voor negatieve reacties

“Je ziet mensen soms erg negatief reageren online Edwin, dat weerhoudt me wel.” De angst voor negatieve reacties, volgens mij de grootste angst die mensen ervan weerhoudt om hun kennis of persoonlijkheid te delen. Als ik het hoor heb ik natuurlijk een weerwoord. Ja meerdere eigenlijk:

  • Op een authentiek verhaal waar moeite in is gestoken, wordt vrijwel nooit echt ‘ingehakt’. Het zijn vooral de niet-authentieke en voorgebakken teksten waar mensen zich aan irriteren, of zoals op een sheet staat die ik op congressen altijd gebruik: “If you talked to people the way advertising talks to people, they’d punch you in the face.” Klik hier om een hilarische video te zien waar het telefonisch gebeurt (let op er wordt gevloekt).
  • Op social media zijn mensen meestal erg lief voor elkaar (soms té vind ik). Dat heeft een eenvoudige reden: zodra jij overal tegenaan aan het schoppen bent begin je volgers te verliezen, dus dat is geen lang houdbaar model.
  • Online reacties zijn net zo snel weer verdwenen als dat ze online zijn gezet, dus het is maar een klein zuur appeltje waar je eventueel doorheen moet, mocht er kritiek zijn.
  • En inderdaad: de dag zal komen dat iemand met een foute persoonlijkheid of op een fout moment onterecht begint te zeiken. Besef dan dat de mensen die meekijken hier vrij snel doorheen prikken, en je het voordeel van de twijfel geven (zeker als ze je al langer kennen). Pas als het structureel wordt beginnen mensen achterdochtig te worden, maar ja: als kritiek structureel wordt ben je vermoedelijk zelf fout bezig.

Kortom: wees niet bang van die mogelijke negatieve reacties: als ze al komen dan zijn ze wellicht functioneel en relatief onschuldig.

De angst voor transparantie

“Maar de concurrent kijkt toch ook mee?” Ik hoor het elke keer weer als ik pleit voor méér transparantie. Eerder heb ik al eens betoogd dat de concurrent helemaal niet zo belangrijk is, alleen indirect. Maar Jan Willem Alphenaar kwam onlangs met een treffende quote: “Het klopt dat je concurrenten meekijken, maar de klant van de concurrent ook.” Prachtig. In één zin laat hij zien wat het probleem met de meeste mensen is: heel veel focus op die paar nadelen, en het negeren van al die voordelen. Of zoals ik ooit las “Als de ramen opengaan zijn mensen méér bezig met alle vieze luchtjes die naar buiten gaan, dan met alle frisse lucht die binnenkomt.” Erg herkenbaar.

Maar zelfs het feit dat de concurrent meekijkt is geen probleem. Dat Toyota nooit problemen had met alle boeken die over hun aanpak zijn geschreven is simpel: de kwaliteitscultuur van Toyota is niet te vangen in een boek. Alle boeken over hun kwaliteitsaanpak hebben het merk Toyota alleen maar versterkt, en zonder dat het Toyota geld kostte.

“A list of ingredients doesn’t make a chef”, zo verwoordde Hubspot het treffend. Restaurants hoeven echt niet bang te zijn dat er niemand meer bij hen komt eten als ze laten zien hoe ze het eten bereiden, het zal eerder aanlokkelijk werken.

Kortom: wees niet bang voor transparantie, de concurrent is irrelevant en kan toch dat wat uniek is aan jou en je bedrijf niet kopiëren.

De angst voor de baas

“Mijn baas vindt het nooit goed als ik een blog schrijf.” Het was niet de eerste keer dat ik het hoorde, maar deze keer zat de baas er zelf bij: “Hoezo zou ik het niet goed vinden dat jij een blog schrijft?” In veel grotere bedrijven blijven angsten lang hangen, zelfs als deze angst gebaseerd is op iets van vroeger. In The Monkey Experiment (klik hier voor de video) wordt dit effect mooi aangetoond.
Dat je het vermoeden hebt dat je baas tegen schrijven is, zegt dus niets. Bespreek het idee dat je wilt gaan experimenteren eens met je meerderen, maar probeer wel uit te leggen hoe het zich terugverdient: dat mensen niet meer op je telefoontjes en brochures zitten te wachten, maar juist wel op je kennis. Dat de meeste koopprocessen bij Google beginnen tegenwoordig, en dat je dus gevonden moet worden. Zelf zoeken ze toch ook eerst bij Google?
En misschien moet je het woord bloggen ook wel vermijden. Veel managers associëren het namelijk met hobbyisme en dagboeken, terwijl zakelijk bloggen vroeg of laat geld op gaat leveren. En dat moet een manager toch aanspreken.

Kortom: leg je meerderen het belang uit van het delen van kennis, en dat je daarmee wilt gaan beginnen. Vroeg of laat zullen alle bedrijven eraan moeten geloven.

8 thoughts on “Zakelijk bloggen: Alle blog-angsten op een rijtje, plus therapie

  1. “alle” angsten? Ik mis de belangrijkste: “ik ben bang dat het me heel veel tijd kost en ik word betaald om telefoontjes/bezoeken te doen (in het geval van sales)”. Heb je daar ook een weerlegging voor?

    • Ik zie dat niet als angst maar als excuus (andere blog haha). En hij overlapt met ‘baasangst’, ook qua ‘weerlegging’. Maar vooruit: “Waarom vind je het logisch dat je je kennis één-op-één deelt met een potentiële klant in Noord-Groningen, maar niet met 1000 potentiële klanten die je blog lezen?” En als je baas degene is die dat logisch vindt, stel de vraag dan aan hem.

  2. Het duurde bij mij ook wel even hoor. Ik durfde eerst alleen te delen waarvan ik 100% zeker wist dat het klopte. Vooral geen fouten maken. Niet per ongeluk onzorgvuldig formuleren. En vooral: niet een mening hebben. Wat heb je als jurist nou aan een mening? Die mening hoort in de politiek thuis. In mijn werk probeer ik ofwel zo goed mogelijk de huidige stand van zaken uit te leggen óf ik verdedig een bepaald standpunt namens een cliënt. Op die eigen meningen, het balanceren op het randje, daar kan best wel op geschoten worden. Eng vond ik dat hoor, in het begin. Het is inmiddels wat makkelijker. Ik ben losser geworden in het schrijven. Schrijffoutjes herstel ik later nog wel. En anderen juristen hoor je alleen maar als ze je kunnen vertellen dat je ongelijk hebt. Nou ja, als zij vinden, dat ik ongelijk heb. Want ik vind daar weer wat anders van, natuurlijk. Dat heb ik dan opgeschreven. Vinden mijn klanten leuk. Mijn branchegenoten vinden dat minder leuk.

    • Ja Charlotte, en je ziet: veel mensen zien je als ‘toonbeeld’ van vernieuwende marketing zonder dat je doorhebt dat dat het was. En wat ik mezelf inmiddels heb geleerd is dat je niet naar de reacties van je ‘branchegenoten’ moet kijken, zij gunnen je vaak het licht in de ogen toch niet. Het is de klant die telt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s