Wanneer besef je nou eens hoe interessant je bent (voor mijn marketing)?

“Mijn naam is Sherlock Holmes, ’s werelds enige ‘consulting detective’. Ik leg niet uit wat ik doe want vermoedelijk begrijp je het toch niet.” Zo begint de nep-website van Sherlock Holmes die bij de serie hoort (aanrader trouwens), een site waarop al zijn kennis staat. Zoals kennis over alle soorten as die je kunt onderscheiden, en wat je er uit af kunt leiden. Sherlock is niet bang voor het delen van zijn kennis, want als er stront aan de knikker is nemen ze toch contact met hem op: “Als je een probleem hebt dat ik op moet lossen, neem contact met me op. Alleen interessante problemen graag.” Sherlock is erg zelfingenomen en arrogant in de serie, dat blijkt ook wel uit de website. Geen goede eigenschap, maar in praktijk kom ik helaas te vaak het tegenovergestelde tegen: medewerkers die niet beseffen hoe interessant ze zijn voor anderen. En dat kennis delen vooral voordelen heeft, ook voor hun werkgever.

 

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen

23375393304_69c9036a40_b

ROI van bloggen: Wat één blog over ‘goede werknemers’ op kan leveren

quit“De belangrijkste kloof tussen werknemers en de leidinggevende? De werknemers denken ‘We zijn samen een team’, maar de leidinggevende denkt ‘Jullie zijn mijn team’.” Jos Luypaers en Kleis Adema helpen werkgevers met het ontwikkelen van hun team, maar zijn op LinkedIn vooral bekend van een blog dat al 600.000 keer gelezen is (en ruim 30.000 keer gedeeld): ‘Waarom nemen goede werknemers ontslag?’ Ik ben natuurlijk trots omdat ik hen het bloggen heb mogen leren, maar desgevraagd zijn zij zelf vooral bescheiden over de verklaringen voor het succes: “We denken dat het vooral een toevalstreffer was. En het roze plaatje valt natuurlijk ook op.” Ik vond het persoonlijk vooral interessant om te horen wat één blog op kan leveren, zakelijk maar zeker ook persoonlijk. Maar eerst iets over die kloof. Lees verder

Mijn blog op Marketingfacts over Employee Advocacy

billboard-abandonedIk sprak laatst een medewerker van een IT-bedrijf waar ze een ruimte vol introverte mensen hebben: donker en gevuld met stille nerds die naar flikkerende schermpjes kijken. Daarnaast is een lichte ruimte vol extraverte mensen die de hele dag luidkeels klanten aan het bellen zijn. Mijn vraag aan haar was simpel: één van die twee ruimtes is er over twee jaar niet meer, welke denk jij?

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen

“Via social media landen ze op mijn verhaal”

“Tot nu toe kunnen we makkelijk aan mensen komen, dat heeft te maken met de structuur van ons bedrijf: we hebben geen managers en veel vertrouwen. Ik heb net een man van bijna 60 aangenomen die ‘zijn laatste trucje’ bij ons wil doen. Hij hoorde van zijn schoonzoon over onze bijzondere aanpak, die werkt bij een klant van ons en had verteld over onze filosofie.” Fred Rommens is oprichter van huisvestingsbureau Treetops, en zijn online ‘verhaaltjes’ zijn meestal voldoende om medewerkers aan te trekken. Hij laat zijn collega’s ook overal over meebeslissen, zoals over sollicitanten: “Zo’n nieuwe moet wel geaccepteerd worden door de collega’s, als zij het niet zien zitten gaat het niet door. Mijn collega’s selecteren, ik kom pas aan het eind om de handtekening te zetten. Maar natuurlijk voel ik al snel of het past, en het gaat ook niet altijd 100% goed. Iedereen maakt fouten, ook ik. Het is dus geen garantie dat een democratisch proces altijd perfect is.”

Klik hier om op het Platform Inbound Recruitment verder te lezen

social-media

Mijn blog op Marketingfacts over het ‘Rags-To-Riches’ model

rags-to-richesmodelJustin Bieber kwam op 1 maart 1994 als enigst kind ter wereld in een gebroken gezin in London (Canada). Justin werd opgevoed door zijn moeder Pattie, die met moeite de eindjes aan elkaar kon knopen. Hij bleek veel muzikaal talent te hebben en speelde al vrij snel drum, trompet, gitaar en piano. In 2007 werd hij tweede op een plaatselijke zangwedstrijd en zijn moeder plaatste de videobeelden ervan op Youtube, zodat de rest van de familie zijn prestatie ook kon zien.
In datzelfde jaar klikte Scooter Brown, een manager van een platenlabel, per ongeluk op de video van Justin toen hij naar een andere zanger op zoek was. Na een uitgebreide speurtocht wist hij dit -toen nog- onbekende talent op te sporen. En ondanks twijfels bij zijn moeder, omdat Scooter geen Christen was, besloot ze dat hij Justin mee mocht nemen voor het opnemen van wat demo’s. De rest van het verhaal is bekend natuurlijk.

Valt het je op hoe boeiend dit soort verhalen zijn? Verhalen over mensen die met niets begonnen en extreem succesvol worden? Wacht, ik doe er nog eentje.

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen

Mijn blog op Bouwkennisblog over installateurs en internet

solar_heat_system_with_afterheating“Ik had een poetsvrouw ingehuurd voor een paar dagen in de week, maar ik zag op haar CV dat ze ook wat marketingdingetjes had gedaan. En nu doet ze de rest van de week de marketing hier, en dat doet ze erg goed.” Martijn Verspeek is eigenaar van Installatiebedrijf Verspeek, en ongetwijfeld éénoog in het land der blinden. Hij deelt namelijk als één van de weinigen in zijn branche al zijn kennis via blogs en social media, ook al hebben zijn ouders er af en toe wat moeite mee: “Mijn vader vond het maar onzin die social media: ‘Kun je niet beter gewoon gaan werken?’ Inmiddels weet ook hij wel beter.”

Klik hier om bij Bouwkennis verder te lezen

Mijn blog op Marketingfacts over het gevaar van (marketing-)KPI’s

mcnamara_robert_sIrriteer jij je ook zo aan die popups op je telefoon? En dan heb ik het niet eens over advertenties (daar heb je adblockers voor), ik bedoel vooral nieuwsbrief-popups. Soms verschijnen ze al voordat je nog maar één letter van de website gezien hebt, laat staan dat je het gevoel hebt dat dit een site is om te volgen. Een gevoel dat je vaak niet eens hebt na het lezen van het eerste artikel, laat staan dat je dan al een nieuwsabonnement wilt.

Wat ik me dan afvraag: degene die die irritante popup heeft bedacht, heeft toch zelf ook een telefoon? Die moet toch weten hoe irritant het is? Erg vreemd, ik noem het marketingschizofrenie: we zijn als commerciële mensen in staat om overdag dingen te maken die we zelf ‘s-avonds haten (of op zijn minst negeren): advertenties, commercials, cold calls, noem maar op. En ja ook popups. Lastig te genezen die schizofrenie blijkbaar, Google heeft besloten zelf maar de politie-agent uit te gaan hangen en sites met popups te straffen.

Als ik met ‘digital marketers’ hierover discussieer, krijg ik telkens dezelfde reactie: “Het werkt toch, Edwin?” Als ik dan doorvraag blijkt dat ze het bijvoorbeeld hebben over ‘een verdubbeling van het aantal nieuwe abonnees ten opzichte van de situatie zonder popup’. Dat zal relatief heel leuk zijn, maar absoluut gezien irriteren ze nog steeds ontzettend veel mensen. Want al gaat de ‘conversie’ dan van 0,1% naar 0,2% (mede door de ‘fat finger error‘), er is nog steeds 99,8% die het niet wilde zien. Ik begrijp die ‘het-werkt-toch’-redenering dus totaal niet, en dan is het heel plezierig om een term tegen te komen die je hierin bevestigt. Een term die aangeeft dat deze manier van denken al lang heel fout is: The McNamara Fallacy.

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen