Communicatie anno nu: Een kijkje achter de schermen?

workshop bloggen Waternet“Ik wil ook graag een kijkje achter de schermen geven Edwin, net als de rest van de groep.” Het viel me op tijdens mijn workshop bij Waternet, dit waterleidingbedrijf heeft veel interessante verhalen van heel veel interessante collega’s die nog niet gedeeld worden. Ik hoor het vaker bij een workshop, de ‘interessante collega uit de praktijk’ als onderwerp van een blog, en dat werkt vaak goed. Blogs over mensen worden sowieso veel beter gelezen dan blogs over bedrijven. En dat kijkje achter de schermen zorgt voor een stuk vertrouwen: “’Mensen kunnen nu precies zien hoe wij zorgen voor schoon drinkwater. Zij zien welke stappen wij nemen en kunnen erop vertrouwen dat dat goed gebeurt.” Ik vertel het overal en aan iedereen: er zit enorm veel communicatiepotentie in je medewerkers, maar dan moet die potentie er wel uitgehaald worden. En dat is heus niet zo moeilijk.

Mooie verhalen achter de schermen

“We zijn actief bezig met crisismanagement en hebben daar een heel plan voor liggen. Misschien is het goed als de burgers dat weten.” Dat is belangrijk om te weten inderdaad, zeker als het om jouw stad gaat. Het is immers een plezierig idee dat er noodscenario’s zijn voor de drinkwatervoorziening. Maar vaak staat niemand erbij stil om deze verhalen te delen, of men is bang dat het niet mag. En de mensen in de praktijk, die met de mooie verhalen, staan er niet bij stil. Of hebben er geen tijd voor: “Ze moeten van hun managers problemen oplossen, geen foto’s twitteren.” Zonde, want er is een leuke oplossing voor. Van een bouwbedrijf nota bene.

“We slaan twee vliegen in één klap; we leren de medewerker omgaan met social media en geven de wereld een kijkje achter de schermen bij Heijmans.” Het is al een paar jaar terug dat ik Sander Willems van Heijmans een presentatie zag geven over hun ‘social media iPad’ met de naam ‘Miss Yellow‘, maar het idee blijft geniaal. Vul een iPad met alle social media apps, ingericht met een ‘Miss Yellow’ account, en laat elke week een andere medewerker met de iPad rondlopen. De medewerker leert -anoniem- omgaan met social media, en toont met het maken en delen van foto’s een kijkje achter de schermen bij Heijmans. Bijvoorbeeld als er een snelweg een weekend open ligt omdat er aan gewerkt wordt. Je ziet dan precies wat er gebeurt (en wat mensen belangrijk vinden: dát er iets gebeurt) en daar heeft Heijmans voordeel bij. Ze kunnen iets van hun aanpak laten zien, en het feit dat ze er transparant over zijn zegt iets over hun vertrouwen. Ik hoorde onlangs dat het project Miss Yellow alweer is afgeblazen omdat het slachtoffer van zijn (haar) eigen succes is: de medewerkers van Heijmans hebben hun belangrijkste weerstand tegen transparantie en social media overwonnen, en hebben daar geen instrumenten als Miss Yellow meer voor nodig. Mooi, maar wel jammer dat we nu geen kijkje achter de schermen krijgen. Alhoewel.

Beelden van achter de schermen

Het is in de trein ook plezierig, als de conducteur vertelt waarom je al een paar minuten stil staat. Een stukje communicatie: het kost niets en levert veel op. “Veel burgers weten niet eens dat het water in de grachten zo schoon is dat je er in kunt zwemmen! Daar kunnen we ook best een blog over schrijven. Of over wat er achter de schermen allemaal gebeurt om ervoor te zorgen dat het zo schoon is.” En dat doet me denken aan een ander project van Heijmans: de Instagram-tour. Ze laten ‘beroemde’ Instagrammers los op locaties waar ‘gewone’ mensen niet mogen komen, en die gaan daar foto’s maken en delen. Bijvoorbeeld de dag voordat een parkeergarage wordt opgeleverd. Ook hier een voorbeeld van marketingcommunicatie die niets kost behalve tijd, en wel veel oplevert. Bovendien willen mensen graag plaatjes bekijken. Of video’s.

“Je praat vooral over bloggen, maar wat is er mis met vloggen? Ik zou willen dat onze buitendienst met vlogs zou laten zien wat ze allemaal meemaken. De verhalen die ik hoor zijn interessant genoeg.” En natuurlijk is er niets mis met vloggen, er komt zelfs een generatie aan die niets anders doet dan Youtube-filmpjes bekijken (en maken). En dus zal de populariteit van video ten opzichte van tekst alleen maar toenemen, uiteindelijk zegt een plaatje meer dan duizend woorden natuurlijk. Maar in bepaalde markten (zoals B2B) heerst tekst nog steeds, al is het alleen maar omdat het in veel bedrijfsculturen ‘not done’ is om op kantoor video’s te gaan zitten bekijken. Maar ook daar zal het een kwestie van tijd zijn voordat video de norm wordt. Maar dat betekent wel een cultuurverandering bij veel organisaties: “Er zijn best collega’s die videobeelden zouden willen maken en delen van hun werkzaamheden, maar er is nog erg veel angst in de organisatie dat dit negatieve gevolgen heeft.” Herkenbaar. Een kijkje achter de schermen wordt al eng gevonden, laat staan als je de schermen helemaal weghaalt.

“Het is wel een andere manier van denken dan we als communicatiemedewerkers gewend zijn, Edwin, zo transparant en authentiek. Maar ik geloof er wel in.” En dat hoor ik vaker bij workshops: vooral communicatiespecialisten hebben moeite met het loslaten van de regie, met het advies om ‘niet perfectionistisch’ te zijn bij het online kennis delen. Maar uiteindelijk zullen ze toch dat kijkje achter de schermen moeten geven, laten zien wat hun collega’s daar doen. En misschien nog makkelijker: die schermen helemaal weghalen. Zodat mensen zonder zorgen je drinkwater kunnen drinken.

Mijn blog op Marketingfacts over glijbanen en silo’s

the_big_girl_slide_by_jessica_lou“Bouw aan je publiek in plaats van aan je verkooppraatje.” En daarmee vat Rob Beltman in een tweet een treffend artikel van Gary Vaynerchuck samen. Gary pleit ervoor dat je je tijd niet moet verkwisten aan het ‘converteren’ van een klant, maar aan het vergroten van je publiek. En dan komen de klanten vanzelf: “Vind de 18 die geïntrigeerd zijn, en geef hen je tijd. Niet de mensen die toch nooit van je zullen kopen. Don’t try to convert the un-convertable.” Heel herkenbaar: als ik veel moeite moet doen om mensen te overtuigen van mijn aanpak dan haak ik al af, want ietsje verder in het publiek staan twee mensen die er al helemaal klaar voor zijn. En daar moet je dus tijd in steken: in het publiek, niet in je sales. En tegenwoordig is dat makkelijker dan vroeger, je kennis trekt online het publiek ‘gewoon’ aan. Dat geldt overigens niet alleen voor jou, maar voor al die collega’s die wat interessants te vertellen hebben en dat (online) kunnen gaan doen. De mensen die de antwoorden hebben op de vragen van het publiek, maar die nu nog niet geven. Voor die mensen, diep in de afdelingssilo’s van je bedrijf, moet je glijbanen maken. Niet voor hen, maar voor de klanten. Bij Hitma doen ze dat.

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen

“Dipje? Niet met deze dipsauzen…

brene brown…lekker, makkelijk te maken én lactosevrij.” Is dat herkenbaar? Dat de foto’s bij recepten nooit lijken op jouw brouwsel? En dat dat ‘makkelijk te maken’ ook wel tegenvalt?  Ik bladerde wat door de ‘Hallo Jumbo’, en als marketeer weet ik natuurlijk dat die gerechten op de foto vaak niet eens eetbaar zijn omdat ze door de fotograaf ‘visueel zijn verbeterd’. Dat die perfecte kindjes aan de picknicktafel op de foto in het echt verwende, gefrustreerde rotjochies zijn wiens ouders per se wilden dat ze fotomodel werden. Maar veel van de mensen die daar doorheen bladeren weten dat niet; hun eigen imperfectie doet pijn als ze daar naar kijken. Een indrukwekkend TED-filmpje van Brene Brown over schaamte laat dit mooi zien. Ze beschrijft daarin een parfum-commercial die de ‘perfecte vrouw’ laat zien: “I don’t know how much perfume that commercial sold, but I guarantee you, it moved a lot of antidepressants and anti-anxiety meds.” We hebben als marketeers het mooiste beroep van de wereld, waarom doen we anderen dit dan aan? Het merk Dove stipte dit ook aan in haar recente campagnes, maar ook zij kunnen nog dat stapje extra zetten.

‘Thought leadership’ en Dove

“Dove heeft met hun insteek een stukje ‘thought leadership’ verworven op het gebied van ‘natuurlijke schoonheid’. Maar er is ook kritiek.” Mignon van Halderen benoemde de Dove-case tijdens een mooie presentatie op het congres DFB2B over haar specialiteit ‘thought leadership’, en wees terecht op de valkuilen. Want los van de paradox ‘Dove-producten zijn per definitie niet natuurlijk’, brengt Dove nog steeds producten op de markt die duidelijk bedoeld zijn om de ‘natuurlijke schoonheid’ een handje te helpen. Er zitten dus toch beslissers bij Dove die de boodschap, bedacht door een andere afdeling (of een reclamebureau?), gemist hebben. Of die het in elk geval niet interesseert.

Een niveautje hoger bij Unilever zitten beslissers die een merk als Axe juist erg vrouwonvriendelijk in de markt zetten. In elk geval niet met de mollige meiden uit de Dove-campagnes. Het wekt op zijn minst de indruk dat het ‘thought leadership’ van Dove niet vanuit de kern van het bedrijf komt. Terwijl ze daar wel aan werken: de CEO wint vele prijzen omdat hij zijn best doet om Unilever echt ‘maatschappelijk verantwoord’ te maken. En ik hoorde de CMO van Unilever laatst zeggen dat ze op het gebied van storytelling geen verhalen door reclamebureaus moeten laten bedenken, maar de echte verhalen uit het bedrijf halen. En toen brak mijn klomp.

Een link die Unilever niet wil zien

“Ik zie op Twitter dat je over ons bedrijf een blog aan het schrijven bent Edwin, erg interessant.” Arie van Dusseldorp van Manutan toonde al vanaf de eerste minuut interesse in de ‘rootsbranding‘ die ik voor ze deed in mijn blog over hun bedrijf. Maar vanuit Dove kwam geen enkele reactie op mijn blog over hun achtergrond, niet eens van een boze jurist. Volgens hun website bestaat het merk pas sinds de jaren ’50, maar ik ontdekte dat al in de 19e eeuw Charles Pleines zijn fabriek ‘De Duif’ had genoemd, als liefhebber van duiven. Er stond zelfs een grote duiventil op het fabrieksterrein. Maar de echte bevestiging dat Dove ooit was begonnen als fabriek met een duiventil kwam pas maanden later in een brief die ik via de Heemkundekring Den Dolder ontving. In die brief bevestigde één van de kleinkinderen van Charles Pleines de link die Unilever zelf nooit heeft gelegd: de naam Dove was inderdaad gebaseerd op de fabriek die Unilever van Pleines had overgenomen, en het was “fijn dat iemand dat weer eens benadrukte”. Het zou anders ook een belachelijke naam voor een dergelijk merk zijn natuurlijk, ‘duif’. Schijtbeesten.

Toon je rafelrandjes

De mensen achter de grote merken hebben moeite met dat echte verhaal lijkt het wel. Ik merk het ook in mijn workshops: mensen die al 20 jaar brochures en laaiend enthousiaste webteksten schrijven, hebben het meeste moeite met het schrijven van een blog. Zelfs na mijn feedback: “Haal alle woorden met ‘ste’ eruit, je bent niet de beste en de snelste. En laat fouten zien, stel je kwetsbaar op, toon je rafelrandjes.” We huren liever een reclamebureau in om een ‘story’ te verzinnen dan dat we werkelijke verhalen over werkelijke mensen laten zien: veel te eng.

Als bedrijf mogen we best beseffen wat we zijn: een groep mensen. Mensen die net als alle andere mensen niet perfect zijn, en kwetsbaar. Laten we als marketeers verder gaan dan consumenten in depressies duwen met onze perfecte sfeerbeelden, en de rafelrandjes laten zien van de mensen in het bedrijf. Dan krijgt er niemand een ‘dipje’ van de perfectie van een dipsaus. Lekker én lactosevrij.

Marketing in de zorg: geloof je het selfie?

zuster“Jij hebt toch zo’n ‘Meldpunt Selfie-Campagnes‘ opgezet Edwin? Volgens mij heb ik hier de ergste.” En inderdaad, toen ik naar deze selfie-campagne keek gingen ook bij mij de tenen vrij snel krom: mensen met psychische klachten worden opgeroepen onder het geweldig inspirerende motto ‘geloof je het selfie’ om contact op te nemen met een zorgverlener. Een zorgverlener die marketing ‘begrijpt’, blijkbaar, campagne en al. Een campagne met prachtige slogans als ‘Wil je minder angst? Hier 5 tips!’ en natuurlijk het Instagram-account ‘Geloof je het Selfie’ met maar liefst 24 volgers. En met een verschrikkelijk radiospotje. Er is een grote landelijke discussie of zorgverleners ‘aan marketing’ moeten doen, maar volgens mij is die vraag in deze transparante wereld overbodig. Het kan allemaal veel makkelijker.

Zorgmarketing en het argument van de sigaret

“Geld besteed aan reclame is geld dat onttrokken wordt aan zorg”, zo twitterde huisarts Rob Shonck onlangs. In een interessante discussie onder een blog op ‘Arts en Auto’ wordt het citaat aangehaald door een criticaster. In het blog geeft de schrijver aan dat zorgverleners er toch maar aan moeten geloven, aan dat ‘marketing': “Het is gewoon survival of the fittest.” Hij noemt voorbeelden van Medisch Centrum Haaglanden, die in 2006 zijn diensten al aanprees in abri’s die pal voor de deur stonden bij Medisch Centrum Rijnmond-Zuid. En radiospotjes van apothekers.

Waar politici blijkbaar vooral moeite mee hebben is als marketing ‘vraag creëert’. Als mensen ziektes worden aangepraat, zoals in de VS redelijk gebruikelijk is. Maar de zorgmarketeers schieten hier natuurlijk in de klassieke verdediging: de vraagt groeit niet, maar verschuift. Hetzelfde argument dat destijds de sigarettenmarketeers gebruikten: wij zorgen niet voor nieuwe verslaafden. Maar een uitspraak in de discussie onder het blog bevestigde wat ik al dacht: voor effectieve marketing voor de zorg in deze transparante tijden zijn geen dure campagnes nodig, en effectieve marketing creëert tegenwoordig echt geen vraag. Want “Gelukkig weten de huisartsen en cliënten onze praktijk nog steeds te vinden zonder dat wij daarbij een reclamebureau hoeven in te schakelen!” En dat is inderdaad een belangrijke eigenschap van inbound marketing: vindbaarheid.

Inbound Marketing volgens Patricia

“Hoe bepaal je de doelgroep voor inbound marketing, Edwin?” Ik hoor die vraag vaak, en kom dan als reactie met de term volggroepen, bedacht door een meisje naast mij in het vliegtuig. En ik kom met het voorbeeld van Patricia, die een uitgebreid marketingplan had geschreven voor haar bedrijf (ze maakt ‘moodboards’). Haar doelgroep waren de ‘oudere rijke vrouwen’ omdat die regelmatig van interieur wisselen. Maar toen ze haar boards en kennis online zette, bleken er hele andere mensen op haar af te komen: mannelijke inkopers van winkelketens. Toen ze dit tegen iemand vertelde en zei dat dit ‘niet haar doelgroep’ was, antwoordde deze met “So what, ze komen geld brengen!”. Als je in deze transparante tijden besluit om je kennis en je persoonlijkheid online te zetten als magneet voor klanten, is moeilijk te voorspellen wie daar op af komen. En dat heb ik zelf ook gemerkt.

Toen ik besloot parttime te gaan ondernemen besloot ik natuurlijk ook om geen advertenties daarvoor te plaatsen en geen ‘cold calling’ te gaan doen. Ik ging bedrijven helpen met Inbound Marketing, en dan doe je dat niet. Het motto is immers (gejat van Craig Davis) dat je mensen niet moet onderbreken bij wat ze interessant vinden, maar ZIJN wat ze interessant vinden. En ik maakte dezelfde denkfout als Patricia: omdat ik al 16 jaar in de industrie rondhing, ging ik er van uit dat daar ook mijn klanten wel vandaan zouden komen. Maar tot mijn verbazing doe ik op dit moment méér voor de zorg dan voor de industrie. En in de loop van de tijd besefte ik ook dat dat logisch was. In de zorg zitten prachtige verhalen, en veelgezochte kennis.

Marketing in de zorg: gevonden worden

“We weten ontzettend veel van de nieuwe Participatiewet, waar nu zoveel ophef over is. We hebben zelfs een zogenaamde ‘fileergroep’ die de wetsteksten uitpluist en interpreteert. En we delen het met niemand.” Het was één van de opmerkingen die werden gemaakt tijdens mijn Workshop Inbound Marketing voor WSD Groep, tekenend voor veel bedrijven. Kennis wordt niet gedeeld uit bescheidenheid (‘dat weet iedereen toch’) en angst (‘de concurrent leest mee’). Wat dat laatste betreft heeft Jan Willem Alphenaar ook een mooie uitspraak: “Klopt de concurrent leest mee, maar zijn klanten ook”.

En nergens zijn de verhalen mooier dan in de zorg, daar gebeuren elke dag weer kleine wondertjes die het online erg goed zouden doen. Ze zouden op social media erg goed gedeeld worden, en als je kennis op de juiste manier plaatst -met het woord ‘participatiewet’ op de juiste plekken bijvoorbeeld- trek je er veel zoekers bij Google mee aan. Het enige wat zorginstellingen moeten doen is hun authenticiteit delen, en daar help ik ze mee. Ik zal als eerste toegeven dat ik daar geld voor krijg, maar mijn kosten vallen behoorlijk in het niet bij de kosten van klassieke campagnes. En zodra mijn klus geklaard is en zorgorganisaties aan het delen zijn geslagen, neem ik afscheid.

“Ik weet niet wat je van een landelijke marketingcampagne mag verwachten maar de meeste #jeselfie reacties kwamen van de organisatie zelf, er waren nauwelijks reacties van mensen die zich aangesproken voelden door de campagne.” Voor de melder van de selfie-actie is het duidelijk: marketing voegt in de zorg niets toe. En tot op zekere hoogte ben ik het met hem eens: irritante campagnes horen niet bij de zorg. Maar kennis delen wel, en interessante verhalen. Mensen gaan dat delen, of landen erop als ze wat zoeken. En zo krijgen alle zorginstellingen de klanten die ze verdienen. Vanselfie.

Mijn blog op bouwkennis over opritverklikkers en inbound marketing

opritHeb je ooit van een opritverklikker gehoord? Ik ook niet. Tot voor kort dan, toen ik Ben van Steensel van Heras sprak, deskundige op het gebied van ‘erfbeveiliging’. Blijkbaar kunnen boeren zo’n verklikker in een soort vogelkastje langs de oprit monteren, zodat ze een signaal krijgen als er iemand -bijvoorbeeld ‘s-nachts- de oprit opkomt. Waarom dat relevant is? Heras bespeurt een toenemende trend in de beveiliging van agrarische terreinen, en ze willen daar met inbound marketing op inspelen. En de opritverklikker is een mooi voorbeeld om te laten zien dat er nog veel mensen een blinde vlek hebben voor inbound marketing. Ik leg het uit, maar eerst iets over die opritverklikker.

Klik hier om bij Bouwkennis verder te lezen

 

Hoe neem je een blog-interview af?

Marjolein Bongers“Ik moet binnenkort iemand interviewen voor een blog, Edwin, kun jij me daarmee helpen?” Social media deskundige Marjolein Bongers gaat eindelijk weer een blog schrijven, ik hoop mede omdat ik haar ervan overtuigde dat ze talent heeft. Maar mochten anderen ook interesse hebben: bij deze een overzicht van de zaken waar je op moet letten bij het uitvoeren van een blog-interview. Maar eerst iets over het waarom.

Waarom een interview?

Ik heb het in een eerder blog al eens verwoord: het interview is de meest pragmatische manier om de kennis van je collega’s online te zetten als magneet voor (potentiële) klanten. De mooiste content zit in het hoofd van je collega’s, en er is niets mooier voor een interviewer dan om deze klantmagneet van de buitenlucht te laten genieten. Natuurlijk zou het mooier zijn als je collega’s op frequente basis zelf blogs schrijven, maar de ervaring leert dat verschillende mensen dat niet gaan doen. Vaak zijn dat oudere mensen met veel kennis, waardoor het extra jammer is. Omdat ‘ghostwriting’ (schrijven namens een collega) niet authentiek is, is het interview mijns inziens het ‘beste alternatief’ voor eigen blogs. En dat interview begint met een uitnodiging.

De uitnodiging voor het blog-interview

Als je mensen benadert voor een blog-interview spelen er meestal tegenwerkende krachten. Enerzijds zijn de meeste mensen gevleid dat ze op een voetstuk worden geplaatst, anderzijds is het idee voor veel mensen nog wennen dat hun woorden over de hele wereld te lezen zijn. Het is daarom belangrijk dat je beide aspecten benadrukt:

  • Overtuig ze dat hun kennis uniek is, en dat ze hun expertise niet moeten verbergen.
  • Benadruk het feit dat de geïnterviewde altijd de eindregie behoudt, en als eerste van alle betrokkenen feedback mag geven. Het kan immers zijn dat je het interview op verzoek van een werkgever of leverancier doet, en dan vindt de geïnterviewde het een plezierig idee als hij of zij de eerste screening mag doen.

Ik zou bij de uitnodiging ook nog niet over foto’s praten, alhoewel deze wel belangrijk zijn (het verdubbelt de leeskans). Sommige mensen hebben zoveel moeite met hun foto online dat ze het hele interview ervoor afblazen of oneindig uitstellen. Maar ook hier geldt: de geïnterviewde heeft de eindregie dus als deze echt geen foto van zichzelf erbij wil, dan moet je dat accepteren.

Voorbereidingen voor het blog-interview

Veel beginnende interviewers steken heel veel tijd in het maken van een vragenlijst, zonde. Het goed nadenken over het formuleren van vragen is belangrijk bij enquêtes (b.v. via mail), niet tijdens gesprekken. Een interview moet namelijk verlopen als een natuurlijk gesprek, en vooraf bedachte vragen maken het alleen maar minder natuurlijk.

Het is wel van belang dat je voor jezelf een lijstje maakt met alle onderwerpen die je had willen bespreken, om aan het eind te checken. Maar bij de meeste gesprekken zul je merken dat alle relevante onderwerpen automatisch al zijn voorbijgekomen.

Veel interviewers verdiepen zich flink in het onderwerp, omdat ze niet willen dat de geïnterviewde hen als ongeïnteresseerd ziet. Dat is niet nodig, het spreekt voor zich dat zij veel meer van het onderwerp weten dan jij (daar is het interview ook voor). Maar je moet natuurlijk wel enige kennis hebben van het onderwerp en de persoon tegenover je, om geen flaters te slaan.

De registratie van het blog-interview

Je moet van tevoren kiezen of je het interview op papier registreert of met een laptop, en of je het gesprek al dan niet opneemt. Het interview kan natuurlijk ook telefonisch (of via Skype) worden afgenomen. De volgende overwegingen spelen een rol:

  • Een laptop is enorm efficiënt, vooral als je met 10 vingers typt. Je bent in staat om minstens de helft van wat wordt gezegd letterlijk in te typen, waardoor je later méér content hebt om uit te kiezen bij het schrijven van het blog (wat je bij mijn Workshop Bloggen kunt leren :-)
  • Een kladblokje wordt door veel mensen als ‘minder afstandelijk’ gezien dan een laptop, afhankelijk van de geïnterviewde kan dat een rol spelen. Je kunt echter wel veel minder vastleggen van wat er wordt gezegd, wat later ook vaker tot discussies leidt met de geïnterviewde.
  • Het opnemen van het gesprek lijkt een goed idee, maar de praktijk leert dat het uitwerken je veel meer tijd kost. Bovendien hebben sommige mensen bezwaar tegen opnemen, en de meeste mensen gaan minder spontaan antwoorden als ze weten dat er een recorder meeloopt. Mocht je het toch willen doen, zorg dan dat je goed test en dat het apparaat genoeg stroom en opslagruimte heeft.
  • Als je het interview telefonisch afneemt is de laptop natuurlijk het meest logische instrument. Zorg wel dat je je handen tijdens het bellen vrij hebt, dus werk met koptelefoontjes of een handsfree oortje. En ook dat laatste moet goed opgeladen zijn.

Probeer zo snel mogelijk na het interview de uitwerking te doen, je vergeet snel de details. Een backup is ook altijd aan te bevelen: als je registreert met een laptop moet je toch een kladblokje achter de hand houden (techniek kan falen) en ook bij het opnemen van een gesprek -dat gaat vaak fout- is het gebruik van een kladblok aan te bevelen.

Het interview

Je begint natuurlijk met wat koetjes en kalfjes om het ijs te breken, maar daarna geef je duidelijk aan waar je over wilt praten. Als het goed is begint de ander met praten, en registreer je wat deze zegt. De stiltes die hierbij aan jouw kant vallen zijn ongemakkelijk maar wel functioneel: los van de tijd die je krijgt om het gezegde goed te registreren, dwingen ze de geïnterviewde om door te praten. Bij de meeste mensen zal dit automatisch tot een goed interview leiden, maar -zeker bij een telefonisch interview- loopt het toch nog vaak vast. Vaak kun je het gesprek met een paar korte woordjes (‘dus…’, ‘maar jij…’) weer op gang helpen, en desnoods pak je de checklist erbij die je voor het eind had bewaard, om nieuwe onderwerpen aan te kaarten.

Omdat een blog ongeveer -heel grof geschat- anderhalf A4 (lettertype 10) moet worden, is -heel grof geschat- één A4 aan getypte tekst na een interview voldoende. Dat moet in een half uur te doen zijn, maar bouw ruimte in voor het geval je gesprekspartner een spraakwaterval blijkt te zijn. Als ik voor een klant een dagje blog-interviews afneem (hier wat voorbeelden), plan ik ze meestal om de drie kwartier in. Vergeet de lunchpauze niet natuurlijk, want zo’n dagje is erg vermoeiend. Maar het interview van Marjolein zal vermoedelijk niet zo lang duren.

Mijn blog op Marketingfacts over social media in je marketingmix

Marshall McLuhan“We moeten marketing als mens doen, dan winnen we het vertrouwen van de klant.” Dat is kortweg het erg doordachte advies in een webinar van Microsoft aan marketeers zoals ik. Verteld in de vorm van een gesponsorde advertentie op LinkedIn. Met daarbij een foto van twee acteurs, die ze er bewust menselijk uit hebben laten zien. Op mijn reactie onder de advertentie ‘Mensen communiceren op LinkedIn niet via betaalde advertenties, Microsoft.’ heb ik niets meer gehoord, wat mijn vermoeden bevestigt: we zien als marketeers de overkant wel, maar we durven de echte sprong niet te maken. In plaats van dat we medewerkers stimuleren om zichzelf en hun kennis online te profileren, huren we iemand in om een webinar te geven en delen we de boodschap ‘word menselijker’ via een betaalde advertentie op social media. Supermenselijk. McLuhan had gelijk.

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen