Geplaatst in Competitive Intelligence, Marketing Intelligence, Metaalindustrie

Content Curation: Zonder transport geen kennis?

Transporterend Nederland is onlangs een mooie campagne begonnen om nog eens te benadrukken (onder andere) dat al die ‘lastige’ vrachtwagens op de snelweg er voor jou rijden. Ik las ooit dat voor jouw ontbijtje van vanmorgen er in totaal 18 vrachtwagenkilometers verreden moeten worden. Door het hele land rijden nu vrachtwagens met verschillende uitvoeringen van de variant ‘zonder transport geen…’  (concert, wedstrijd, musea noem maar op). Eéntje viel me heel erg op: “Zonder transport geen kennis”. Ja lees het nog maar eens: “Zonder transport geen KENNIS”. En op de zijkant van de vrachtwagen een rij boeken (zie foto).

Ik kan het wel eens opzoeken, maar volgens mij leven we in een tijd dat mensen het grootste deel van hun kennis niet meer uit boeken halen, maar voornamelijk van het internet. Ik durf me zelfs af te vragen of de stelling ‘zonder transport geen kennis’ al decennia niet meer geldt.

Nu weet ik dat de transportmiddelenindustrie binnen de metaalindustrie niet de meest toonaangevende sector is, maar het verbaasde me toch dat niemand in het hele campagneteam van TLN zich afvroeg of dit wel een goede uitwerking van de ‘propositie’ was. Want los van het feit dat het gewoon niet klopt, is de keuze van dit ‘kennis’-voorbeeld misschien wel tekenend voor de ‘bijziendheid’ in de branche als het gaat om macro-ontwikkelingen (lees mijn eerdere post hierover).

En als we nog een stapje verder gaan: is het kiezen voor een campagne die transport ‘verdedigt’ ook geen teken van deze ‘bijziendheid’? Is het niet veel logischer dat Transporterend Nederland bijvoorbeeld in zijn definitie ook ‘digitaal transport’ meeneemt? Dan zijn dure, verdedigende campagnes niet meer nodig. Een mooi voorbeeld hiervan is TNT, die de ontwikkeling van de digitale facturering al jaren geleden zag aankomen, en bedrijven heeft opgekocht die adviseren op dit (blijkbaar winstgevende) gebied. En dat in plaats van het voeren van de campagne ‘Zonder TNT geen rekeningen meer’ (eh wat op zich niemand erg vindt natuurlijk).

Bij MCB proberen we onze klanten al jaren te helpen met het signaleren van macro-ontwikkelingen middels ons marktnieuwssysteem (klik hier), een gratis systeem dat marktontwikkelingen voor klanten op maat (afhankelijk van hun branche en de producten die ze bij ons kopen) verzamelt en elke dag om 15.00 naar ze toemailt. De reden dat we dit doen is eenvoudig: als het goed gaat met onze klanten gaat het goed met ons. En aangezien de belangrijkste reden van een faillissement het ‘niet aansluiten op de ontwikkelingen in de wereld’ is, houden we onze klanten graag op de hoogte van wat er in de metaalwereld gebeurt.

Zodat zij zich aan kunnen passen aan de ontwikkelingen, en op die manier zich positief kunnen ontwikkelen. En geen verdedigende campagnes hoeven te voeren die beginnen met ‘zonder ons geen …’.

Geplaatst in Klantbehoeften, Latente klantbehoeften, Marketing, Metaalindustrie

Marketing Myopia: Marketing door een metalen bril

“De man die het woord ‘globalisatie’ heeft uitgevonden is dood”.

Zo kopten de kranten op 6 juli 2006, na het overlijden van Theodore Levitt, economieprofessor op de Harvard Business School. 5 dagen later kwam de New York Times met een rectificatie: hij heeft de term niet uitgevonden, maar er ‘wel veel mee gedaan’.

Het doet geen recht aan deze genie, in 1925 geboren in Duitsland en 20 jaar later in WOII vechtend tegen zijn vaderland, omdat zijn grootste bijverdienste op een heel ander vlak ligt. Het bijzondere is namelijk dat Theodore al sinds 1960 bedrijven wees op hun ‘bijziendheid’, maar dat bedrijven in allerlei sectoren (ook in de metaalindustrie) nu nog steeds een bril nodig lijken te hebben. Zo merk ik vrijwel dagelijks.

Theodore Levitt

De belangrijkste zin uit het veelgeprezen en veelgelezen artikel dat Theodore Levitt in 1960 in de Harvard Business Review schreef, was “Mensen kopen geen boor, ze willen een gat”. Oftewel: bedrijven zetten het product centraal, terwijl alles draait om de klant, en om precies te zijn: de behoefte van die klant.

Theodore gaf zijn artikel de titel “Marketing Myopia”, oftewel marketing-bijziendheid. Hij wees bedrijven als de Amerikaanse spoorwegen, die dachten dat ze in de railbusiness zaten in plaats van de transportbusiness, erop dat ze niet ver genoeg keken. En dat de treinbazen dus niet doorhadden dat de auto hun markt aan het opeten was. En zo zijn er nog vele voorbeelden van ‘bijziende’ bedrijven, denk bijvoorbeeld aan Kodak en het digitale fototoestel.

Het startpunt van een succesvol bedrijf is dus de klantbehoefte, maar let op dat je de klant daarin niet voorbijloopt. Ik merkte dat in een vorige baan als marktonderzoeker, toen een grote bank mij vroeg uit te zoeken waarom hun nieuwe lijn brochures niet liep. Ze hadden de lijn immers opnieuw ontworpen, uitgaande van de klant nog wel. Ze hadden folders voor studenten (met daarin relevante productinformatie), voor ouderen etc. Maar wat bleek uit mijn onderzoek? Mensen liepen gewoon een aantal banken af, op zoek naar “de hypotheekfolder”. En die was er bij die bank niet meer!

Mocht je dus denken dat marketing het ‘helpen verkopen van mijn metaalproduct’ is dan is een bril wellicht aan te bevelen, voor je het weet zijn concurrenten die je niet eens als concurrent herkende er met je markt vandoor. Maar besef tegelijk ook dat de mens een gewoontedier is, die vraagt om de hulp die hij altijd heeft gekregen.

Ik heb contact gezocht met een ex-student van Theodore Levitt, wiens naam ik in een nieuwsartikel zag staan. Deze man, Michael Berolzheimer, vertelde een interessante anekdote: ‘Ted’ dwong een weifelende student (“I have to do more research”) om een keuze te maken: “Make a decision”. De student gooide een munt omhoog en baseerde zijn keus daarop, waarop Theodore zei “als deze klas zo beslissingen neemt is de les nu afgelopen”. Hij pakte zijn spullen en vertrok. Michael vertelde dat de familie van ‘Ted’ de biografie bijna af heeft, en dat hij me een exemplaar stuurt als het klaar is.

Theodore Levitt bleef tot zijn dood op 81-jarige leeftijd tennissen bij de Belmont Tennis Club in Belmont, Massachussets , het verging hem steeds slechter omdat hij de ballen niet meer goed aan zag komen. Zijn herdenkingsdienst was op het gravel van de tennisbaan, 29 juni 2006.