Geplaatst in E-mailmarketing, Marketing Intelligence, Metaalindustrie

Marketing Intelligence: Pas op voor markt-autisme!!

Een interessant artikeltje onlangs over de boeren: ze zijn wel bezig met de invloed van de klimaatverandering (we kunnen hier straks kokosnoten kweken vermoed ik), maar volgens deskundigen zijn de marktveranderingen veel belangrijker voor hun toekomst: vergrijzing, ontgroening, wetgeving, culturele verandering (Boer zoekt vrouw!) etc. In gesprekken met mensen die in de metaalindustrie werken valt het me ook altijd op: er is weinig of geen aandacht voor de ontwikkelingen in de markt, het lijkt wel alsof men ervan uitgaat dat de wereld niet verandert, terwijl deze juist steeds harder draait! Een vorm van markt-autisme zou je kunnen zeggen.

En dat terwijl je elke dag, en elke dag steeds meer, faillissementen voorbij ziet komen van bedrijven die de aansluiting met de ontwikkelingen in de wereld zijn verloren. Fotorolletjesfabrieken waarvan de ontslagen medewerkers beter doorhebben dat de toekomst digitaal is dan (blijkbaar) de directeuren. Of TDK die onlangs ontdekte dat mensen geen behoefte meer hebben aan cassettebandjes. Wat zou er toch veel waarde minder vernietigd hoeven te worden als bedrijven zich actiever bezig houden met wat er in de markt gebeurt.

Maar is dat eigenlijk niet de taak van de marketingafdeling? Het woord zit in de naam immers. Maar daar is men vaak bezig met de volgende brochure of de volgende beurs, omdat deze middelen in het verleden succesvol waren. Ook een vorm van autisme dus, meer marketingafdeling-autisme.

Bij MCB sturen we 3300 klanten elke dag een mail (gratis, klik hier) met daarin ontwikkelingen in hun markten (zowel aan de inkoop als de verkoopkant), helemaal op maat.  Ondanks dat slechts 10% van de klanten die we geabonneerd hebben zich hebben afgemeld, valt het met de gebruiksstatistieken best mee, de meerderheid van de ontvangers klikt niet door. En we hebben ze wel eens gebeld: de helft van de gebruikers vindt het waardevol, de andere helft doet er weinig of niks mee. Terwijl het volgens mij steeds belangrijker wordt om te kijken hoe de wereld draait, zeker gezien de sombere voorspellingen voor de komende jaren.

Het houdt me wel eens bezig: hoe kun je klanten helpen met hun markt-autisme? Het is ook in je eigen voordeel natuurlijk als het met je klanten goed gaat. Heeft er iemand een idee?

Geplaatst in Innovatie, Klantbehoeften, Latente klantbehoeften, Metaalindustrie

Innovatie: Het produceren van geleuter

“Never waste a good crisis”, las ik een tijdje terug. Heb je al een idee wat het nut van de huidige depressie is?

Jan Kamminga nog niet, zo lijkt het. De scheidend voorzitter van metaalorganisatie FME stelde in een interview met de VPRO een interessante vraag: is het niet jammer dat er zo weinig technische R&D-mensen worden opgeleid en zoveel psychologen, want die “produceren toch alleen geleuter”. Hij is erg actief in de lobby voor het steken van geld in R&D omdat “Nederland achterloopt op dat gebied”.  Nu zal ik de discussie vakkundig uit de weg gaan of het uitvinden en maken van producten het Nederlandse volk echt beter maakt, en er even van uit gaan dat dat zo is. De vraag is dan: zorgt het geld steken in R&D voor ‘betere’ producten? Oftewel: die beter aansluiten op de behoeften van klanten? Want die willen uiteindelijk geen boor maar een gat natuurlijk.

In april 2009 richtten Perry Chen, Yancey Strickler, en Charles Adler de bijzondere website ‘Kickstarter’ op. De site is uniek (de Miami New Times zei voor de grap ‘het beste idee sinds Al Gore het internet uitvond’) omdat het innovatie naar de gewone man brengt. Wat de site doet is op een simpele manier geld en ideeën bij elkaar brengen: als iemand bijvoorbeeld vindt dat een iPhone-bescherming het apparaat meestal lelijker maakt, en hij heeft een concept voor een mooie buitenkant, dan kan hij anderen vragen of ze in zijn idee willen investeren. Als genoeg mensen beloven het product te kopen als het er is, is het startkapitaal bij elkaar en kan de productie beginnen. Wat me opvalt als je bij Kickstarter.com de lijst met ‘most funded’ innovaties bekijkt, dat het echt om unieke ideeën gaat, die aansluiten op behoeften. Waarom zou je dan nog veel subsidiegelden steken in dure R&D-afdelingen, die nieuwe producten ontwikkelen waar toch niemand op zit te wachten? Waar vervolgens nog meer geld naar toe moet om ze te ‘promoten’? Zeker als ze niet eens ‘leuteren’ met de klant, om hun werkelijke behoeften te achterhalen.

Het is een idee waar we aan moeten wennen: dat geld smijten naar R&D en reclame niet meer nodig is, of misschien alleen in de ‘D’ van Development. Dat research en communicatie gewoon niet meer nodig is, net als bij de ‘R&D-I-Y’ (Research&Do-it-yourself) beweging en de ‘maker movement‘, volgens The Economist ‘a new industrial revolution’. En zeker als iedereen straks een 3D-printer thuis heeft staan.

Maar volgens onderzoeker Richard Florida moeten we sowieso wennen aan dit soort revoluties. Het dal waar de wereld nu in zit, heeft blijkbaar een functie. En de lessen die hij heeft getrokken uit de vorige ‘Great Resets’ (waarvan die van de jaren ’30 van de vorige eeuw de laatste was) komen neer op het volgende patroon:

  1. De economie valt stil, tegelijk met het ‘oude systeem’
  2. De markt verwelkomt verse en nieuwe innovaties, die langzaam de ruggegraat vormen van een nieuw systeem
  3. De overheid en de markt breiden samen het nieuwe systeem uit.

Het lijkt erop dat de ‘verse en nieuwe innovaties’ die ons uit het huidige economische dal gaan trekken, geen (of weinig) geld meer nodig hebben. Wellicht kunnen we zeggen dat het systeem dat Jan Kamminga op een overtuigende manier probeert te beschermen, dat van het kostbare ontwikkelen, maken en promoten van nieuwe producten door bedrijven, vervangen zal worden door een systeem waarbij de klant ontwikkelt waar hij of zij zelf behoefte aan heeft. En die behoefte? Die achterhaal je met geleuter.

Zijn er al opleidingen voor geleuterproductie? Wellicht moet daar dan toch eens subsidie voor vrij worden gemaakt.

Geplaatst in Blue Ocean Strategy, Innovatie, Klantbehoeften, Latente klantbehoeften, Metaalindustrie

Blue Ocean Strategy: Hoe vind ik een blauwe oceaan?

Steeds meer bedrijven in de industrie zien het belang van innovatie om te zorgen dat ze klaar zijn voor de toekomst. Er is echter een probleem: alleen een innovatie die aansluit bij een klantbehoefte kan per definitie uiteindelijk succesvol zijn (geen klanten, geen inkomsten). En dan kom je bij het volgende probleem: klanten kunnen je vaak helemaal niet vertellen wat ze willen. Of zoals Henry Ford het zei “als ik mijn klanten had gevraagd wat ze wilden, hadden ze niet gezegd ‘een auto’ maar ‘een sneller paard’. En dat is lastig als je succesvol wilt innoveren.

Enkele jaren terug verscheen in ‘The Harvard Business Review’ een artikel over de methode ‘Customer Job Mapping’, oftewel het in kaart brengen van de (stappen in de) taak van je klant: wat doet jouw klant voor zijn/haar klant. Het idee achter deze methode is simpel maar doeltreffend: als je als leverancier samen met je klant alle stappen van de ‘job’ van zijn bedrijf doorloopt, komen vanzelf de behoeften aan innovaties naar boven waar hij of zij zich niet van bewust was. En aangezien jij de eerste bent die aanwezig is als deze ‘latente’ (verborgen) behoeften ‘manifest’ (bewust) worden, sla je meerdere vliegen in één klap: je kweekt ‘goodwill’ omdat je helpt, je kunt als eerste op de behoefte inspelen met een nieuw product of een nieuwe dienst, en je maakt concurrentie irrelevant (zij leveren immers nog steeds standaard oplossingen voor bekende behoeften). De vraag ‘Hoe vind ik een blauwe oceaan’ kan met deze methode beantwoord worden.

In het artikel wordt het voorbeeld genoemd van een leverancier van ziekenhuisapparatuur, die het proces van een operatie in stappen hakt (er zijn blijkbaar 8 universele stappen waar alle ‘jobs’ in kunnen worden opgedeeld) en bij elke stap samen met ziekenhuismedewerkers kijkt wat hij kan doen om het proces beter, sneller, goedkoper etc. te maken. Bij MCB zijn we ook aan het experimenteren met deze methode (klik hier). Het vergt natuurlijk een heel andere manier van denken, maar de reacties zijn wel positief. De methode leent zich natuurlijk goed voor de metaalindustrie waarin wij actief zijn, maar kan net zo goed in andere business-to-businessmarkten werken. Het idee erachter kan zelfs in de consumentenmarkt worden toegepast, zij het via een iets ander stappenplan.

Eén van de lessen die we leerden tijdens het ‘Customer Job Mapping’ is dat je als leverancier het beste met twee personen naar de klant kunt gaan: naast de contactpersoon ook ‘het kind’. Dit is iemand die bij alles vraagt, zoals een kind, ‘waarom doen jullie dat (zo)?’. Het zijn immers vaak kinderen die met verrassende vragen uit de hoek komen, en die je doen beseffen dat je in een patroon bent vastgelopen. En dat het tijd wordt om eens iets te veranderen, en op die manier een innovatiekansje te creëren voor je leverancier.

Geplaatst in Crowd Sourcing, Metaalindustrie, Toekomstvoorspelling

Crowdsourcing: Intelligentie in de metaalmarkt?

Een heftige gebeurtenis: op 27 mei 1968 verdwijnt de kernonderzeeër U.S.S. Scorpion in het niets, ze zinkt samen met haar 99 bemanningsleden in de Atlantische oceaan, volgens sommigen als gevolg van een Russische aanval. Op basis van enkele berekeningen sinds het laatste contact was men in staat om de straal waarbinnen de onderzeeër gevonden zou moeten worden te beperken tot 35 kilometer, een groot gebied.

Officier John Craven wordt gevraagd om nader onderzoek te doen naar de mogelijke locatie van de Scorpion, maar hij besluit om de zoektocht anders te doen dan gebruikelijk. Hij belegt bewust geen vergadering met de meest deskundige experts, maar kiest voor een zogenaamde ‘Bayesian Search’. Zijn meerderen waren aanvankelijk niet gecharmeerd van zijn aanpak: hij liet de deskundigen onafhankelijk van elkaar wedden waar het schip vermoedelijk lag, en degene die het dichtst in de buurt zat won een fles Chivas Regal. John berekende het gemiddelde van alle schattingen, en wist de straal van de vindplaats uiteindelijk terug te brengen tot 200 meter. Wat opvalt is dat geen van de individuele antwoorden binnen de straal van 200 meter viel.

Dit was geen verrassing voor Professor Hanson van de Amerikaanse George Mason University. Hij bestudeert en beschrijft al jaren het fenomeen van de ‘wisdom of crowds’, door ons vertaald als ‘groepsintelligentie’. Het idee hierachter is dat de groep uiteindelijk intelligenter is dan het meest intelligente groepslid. Er zijn vele hele interessante voorbeelden van, zo bleek de ‘schuldige’ van de ontploffing van ruimteveer Challenger in 1986 al binnen een half uur door de aandelenbeurs te worden aangewezen (leverancier Morton Thiokol), terwijl een commissie er een half jaar over moest doen om tot dezelfde conclusie te komen.

En in 2004 hebben we bij MCB ook besloten een experiment op dit gebied te doen:  de bezoekers van onze Open dag mochten raden wat het gewicht van een stalen rol staal (13.900 kilo schoon aan de magneet) was. Ook hier hetzelfde fenomeen: de winnaar (Marly van 10, vermoedelijk geholpen) zat slechts 10 kilo onder het werkelijke gewicht, maar het gemiddelde van alle 364 schattingen zat er maar 8 kilo onder!

In de jaren daarna hebben we het aantal experimenten uitgebreid, en de site www.groepsintelligentie.nl gebouwd (met een beetje hulp van professor Hanson), teneinde zelf te kunnen experimenteren met het fenomeen. Inmiddels zijn we bezig met het combineren van de intelligentie van MCB’ers op het gebied van de ontwikkeling van de metaalprijzen, en ook hier zien we weer dat het werkt: de voorspellingen van de groep zijn goed, en beter zelfs dan die van deskundigen van metaaladviesbureaus.

Iedereen die wel eens in een vergadering heeft gezeten zal wel eens gemerkt hebben dat dit niet de meest efficiënte manier is om de intelligentie van een groep af te tappen. Mijn advies: koop een fles Chivas Regal en laat je collega’s (onafhankelijk van elkaar) wedden in plaats van lullen. Alhoewel dat met deze fles achter de kiezen natuurlijk wel moeilijk is.

Geplaatst in Klantpiramide, Metaalindustrie, Transparantie

Customer Marketing Methode: Klanten werven met Franse paella

Toen ik enkele weken terug in een klein Zuid-Frans plaatsje op een terras plaats wilde nemen, werd ik meteen door de serveerster aangesproken: de tafel was weliswaar niet ‘réservé’, maar blijkbaar kwam daar elke dag rond die tijd een vaste klant zitten en een bordje paella eten, een gerecht dat in die regio ook een lokaal gerecht is. Blijkbaar. Ik werd met mijn gezin naar een soort van bijkeuken gedirigeerd, vlak naast de pan paella die enkele minuten later inderdaad aan de vaste klant werd geserveerd. Voor mij als toerist kwam het erg klantonvriendelijk over, maar ik besefte me in die bijkeuken wel dat het restaurant juist erg klantvriendelijk was. Want de klant die ze het meeste opleverde werd voorgetrokken, en dat was niet ik.

Enkele jaren terug heeft Jay Curry, jawel de vader van Adam, in een klein en boeiend boekje de ‘Customer Marketing Methode’ uitgelegd. Ik hoor nog vaak van bedrijven in de metaalindustrie die ‘ook aan marketing’ gaan doen om ‘nieuwe klanten te werven’. Maar wat Jay duidelijk wilde maken -middels de zogenaamde Klantpiramide- is de grote valkuil bij het werven van nieuwe klanten: het gaat ten koste van de aandacht voor huidige klanten. In het boekje worden 10 lessen over de klantpiramide besproken, waarvan de belangrijkste zijn:

– De top-20% van de klanten genereert 80% van de omzet (het aloude Pareto-principe)

– De top-20% van de klanten is goed voor méér dan 100% van de winst (immers kleine en potentiële klanten zijn vaak verliesgevend)

– Bestaande klanten zijn goed voor het leeuwendeel van de omzet (nu en in de toekomst)

– Het leeuwendeel van het marketingbudget gaat doorgaans naar niet-klanten

– Ontwikkeling van 2% van de (bestaande) klanten kan resulteren in 10% méér omzet (en 50-100% méér winst, bij gelijkblijvende vaste kosten).

Concreet kun je hieruit afleiden dat het erg gevaarlijk kan zijn om aandacht te verschuiven naar het werven van nieuwe klanten, en erg winstgevend om aandacht te verschuiven naar je huidige klanten. En het mooie is: als deze klanten tevreden zijn zullen ze, zeker in een wereld die steeds transparanter wordt, voor jou de klantenwerving gaan doen. En zorgen zo dat je paellarestaurant al vrij snel een nieuwe aanbouw nodig heeft.

Geplaatst in Competitive Intelligence, Marketing Intelligence, Metaalindustrie

Content Curation: Zonder transport geen kennis?

Transporterend Nederland is onlangs een mooie campagne begonnen om nog eens te benadrukken (onder andere) dat al die ‘lastige’ vrachtwagens op de snelweg er voor jou rijden. Ik las ooit dat voor jouw ontbijtje van vanmorgen er in totaal 18 vrachtwagenkilometers verreden moeten worden. Door het hele land rijden nu vrachtwagens met verschillende uitvoeringen van de variant ‘zonder transport geen…’  (concert, wedstrijd, musea noem maar op). Eéntje viel me heel erg op: “Zonder transport geen kennis”. Ja lees het nog maar eens: “Zonder transport geen KENNIS”. En op de zijkant van de vrachtwagen een rij boeken (zie foto).

Ik kan het wel eens opzoeken, maar volgens mij leven we in een tijd dat mensen het grootste deel van hun kennis niet meer uit boeken halen, maar voornamelijk van het internet. Ik durf me zelfs af te vragen of de stelling ‘zonder transport geen kennis’ al decennia niet meer geldt.

Nu weet ik dat de transportmiddelenindustrie binnen de metaalindustrie niet de meest toonaangevende sector is, maar het verbaasde me toch dat niemand in het hele campagneteam van TLN zich afvroeg of dit wel een goede uitwerking van de ‘propositie’ was. Want los van het feit dat het gewoon niet klopt, is de keuze van dit ‘kennis’-voorbeeld misschien wel tekenend voor de ‘bijziendheid’ in de branche als het gaat om macro-ontwikkelingen (lees mijn eerdere post hierover).

En als we nog een stapje verder gaan: is het kiezen voor een campagne die transport ‘verdedigt’ ook geen teken van deze ‘bijziendheid’? Is het niet veel logischer dat Transporterend Nederland bijvoorbeeld in zijn definitie ook ‘digitaal transport’ meeneemt? Dan zijn dure, verdedigende campagnes niet meer nodig. Een mooi voorbeeld hiervan is TNT, die de ontwikkeling van de digitale facturering al jaren geleden zag aankomen, en bedrijven heeft opgekocht die adviseren op dit (blijkbaar winstgevende) gebied. En dat in plaats van het voeren van de campagne ‘Zonder TNT geen rekeningen meer’ (eh wat op zich niemand erg vindt natuurlijk).

Bij MCB proberen we onze klanten al jaren te helpen met het signaleren van macro-ontwikkelingen middels ons marktnieuwssysteem (klik hier), een gratis systeem dat marktontwikkelingen voor klanten op maat (afhankelijk van hun branche en de producten die ze bij ons kopen) verzamelt en elke dag om 15.00 naar ze toemailt. De reden dat we dit doen is eenvoudig: als het goed gaat met onze klanten gaat het goed met ons. En aangezien de belangrijkste reden van een faillissement het ‘niet aansluiten op de ontwikkelingen in de wereld’ is, houden we onze klanten graag op de hoogte van wat er in de metaalwereld gebeurt.

Zodat zij zich aan kunnen passen aan de ontwikkelingen, en op die manier zich positief kunnen ontwikkelen. En geen verdedigende campagnes hoeven te voeren die beginnen met ‘zonder ons geen …’.

Geplaatst in Klantbehoeften, Latente klantbehoeften, Marketing, Metaalindustrie

Marketing Myopia: Marketing door een metalen bril

“De man die het woord ‘globalisatie’ heeft uitgevonden is dood”.

Zo kopten de kranten op 6 juli 2006, na het overlijden van Theodore Levitt, economieprofessor op de Harvard Business School. 5 dagen later kwam de New York Times met een rectificatie: hij heeft de term niet uitgevonden, maar er ‘wel veel mee gedaan’.

Het doet geen recht aan deze genie, in 1925 geboren in Duitsland en 20 jaar later in WOII vechtend tegen zijn vaderland, omdat zijn grootste bijverdienste op een heel ander vlak ligt. Het bijzondere is namelijk dat Theodore al sinds 1960 bedrijven wees op hun ‘bijziendheid’, maar dat bedrijven in allerlei sectoren (ook in de metaalindustrie) nu nog steeds een bril nodig lijken te hebben. Zo merk ik vrijwel dagelijks.

Theodore Levitt

De belangrijkste zin uit het veelgeprezen en veelgelezen artikel dat Theodore Levitt in 1960 in de Harvard Business Review schreef, was “Mensen kopen geen boor, ze willen een gat”. Oftewel: bedrijven zetten het product centraal, terwijl alles draait om de klant, en om precies te zijn: de behoefte van die klant.

Theodore gaf zijn artikel de titel “Marketing Myopia”, oftewel marketing-bijziendheid. Hij wees bedrijven als de Amerikaanse spoorwegen, die dachten dat ze in de railbusiness zaten in plaats van de transportbusiness, erop dat ze niet ver genoeg keken. En dat de treinbazen dus niet doorhadden dat de auto hun markt aan het opeten was. En zo zijn er nog vele voorbeelden van ‘bijziende’ bedrijven, denk bijvoorbeeld aan Kodak en het digitale fototoestel.

Het startpunt van een succesvol bedrijf is dus de klantbehoefte, maar let op dat je de klant daarin niet voorbijloopt. Ik merkte dat in een vorige baan als marktonderzoeker, toen een grote bank mij vroeg uit te zoeken waarom hun nieuwe lijn brochures niet liep. Ze hadden de lijn immers opnieuw ontworpen, uitgaande van de klant nog wel. Ze hadden folders voor studenten (met daarin relevante productinformatie), voor ouderen etc. Maar wat bleek uit mijn onderzoek? Mensen liepen gewoon een aantal banken af, op zoek naar “de hypotheekfolder”. En die was er bij die bank niet meer!

Mocht je dus denken dat marketing het ‘helpen verkopen van mijn metaalproduct’ is dan is een bril wellicht aan te bevelen, voor je het weet zijn concurrenten die je niet eens als concurrent herkende er met je markt vandoor. Maar besef tegelijk ook dat de mens een gewoontedier is, die vraagt om de hulp die hij altijd heeft gekregen.

Ik heb contact gezocht met een ex-student van Theodore Levitt, wiens naam ik in een nieuwsartikel zag staan. Deze man, Michael Berolzheimer, vertelde een interessante anekdote: ‘Ted’ dwong een weifelende student (“I have to do more research”) om een keuze te maken: “Make a decision”. De student gooide een munt omhoog en baseerde zijn keus daarop, waarop Theodore zei “als deze klas zo beslissingen neemt is de les nu afgelopen”. Hij pakte zijn spullen en vertrok. Michael vertelde dat de familie van ‘Ted’ de biografie bijna af heeft, en dat hij me een exemplaar stuurt als het klaar is.

Theodore Levitt bleef tot zijn dood op 81-jarige leeftijd tennissen bij de Belmont Tennis Club in Belmont, Massachussets , het verging hem steeds slechter omdat hij de ballen niet meer goed aan zag komen. Zijn herdenkingsdienst was op het gravel van de tennisbaan, 29 juni 2006.